Meijerische Courant     8/9/1874    Editie: 2010-01
Kind geweigerd op Strijps kerkhof
RK begraafplaats weigert protestanten
Het overleden kind van van Heusden, protestant en arbeider bij Elias, mocht niet begraven worden op de Strijpse RK-begraafplaats.

Rooms Katholieke begraafplaats niet toegankelijk voor protestanten.

Dat kerkgenootschappen en religies niet vriendelijk met elkaar omgaan is van alle tijden. Een voorbeeld uit 1874, geciteerd uit de Meierijsche Courant van 8 september 1874:

Het gebeurde in onze naburige gemeente Strijp, omtrent de begrafenis van een Protestantsch kind is, zoo wij vernemen als volgt:

Zekere van Heusden, protestant en arbeider op de fabriek der Heeren Elias aldaar, wiens kind verleden Woensdag was overleden, verlangde dat het lijk op het kerkhof rondom de R.K. kerk gelegen zoude begraven worden. De buren gingen den volgenden dag het graf graven, en vervoegden zich tot dat einde naar de pastorij om het kerkhof te ontsluiten. Daar de Eeerwaarde Heer Pastoor afwezig was, wees de meid van Zijn Ew. hun den toegang door een poortje tot het kerkhof aan, niet vermoedende dat dit voor een protestandsch kind zoude zijn. Bij de tehuiskomst van den Eerw. Heer Pastoor vernam deze dat dit graf voor een niet katholiek kind was gegraven. Onmiddellijk circa ten half zes ure na den middag, liet de Eerw. Heer Pastoor van Heusden verwittigen, dat hem het verlof tot het graven van een graf niet door ZijnEw. gegeven was en het graf zou gevuld worden. – Vrijdag voormiddag omtrent elf ure daagde men evenwel met het lijk op; doch de begraafplaats der Katholieken bleef gesloten. Voorlopig werd het lijk nu in het klokkenhuis geplaatst, omdat de vader niet verkoos dat zijn kind op de algemeene begraafplaats zoude ter aarde besteld worden. Deze begraafplaats, die naar aanleiding der wet van 1869 door de burgerlijke gemeente moest daargesteld worden, voldoet aan alle voorschriften in die wet vervat.- Even na den middag van dienzelfden dag verschenen de Heeren Subs. Officier van justitie en den Kapitein der marechaussées en begaven zich tot den Burgemeester, hetwelk echter tot geen ander resultaat leidde dan dat het lijk ter zelfde plaatse bleef en ’s nachts door 2 marechaussées en den gemeente veldwachter bewaakt werd. Zaterdag voormiddag waren die heeren weder ter zelfder plaatse als ook nog des namiddags tot tegen den avond; alweer met geen ander gevolg dan den vorigen dag, en het lijk werd nog als te voren bewaakt; dit geschiedde ook nog des Zondags en Maandags. Eindelijk is dat kind dan Dinsdag des morgens op de ALGEMEENE begraafplaats ter aarde besteld, (aan van Heusdens verlangen is dus niet voldaan.)
Behalve eene schare volks werd het begeleid door den Burgemeester, den Kapitein der marechaussées, den Kommandant, twee manschappen en den gemeente veldwachter. Alles liep verder in den beste orde af.
Dat deze gebeurtenis, eenig in haar soort, vele voeten op de aarde heeft gebracht zal niemand betwijfelen; alle naburige gemeenten waren daar dan ook door een aantal nieuwsgierigen goed vertegenwoordigd, en de inwoners stroomden als met golven naar het klokkenhuis, wanneer de mare zich verspreidde dat het lijk dan en dan zou begraven worden; maar helaas; zij werden hierin verscheidene reizen teleurgesteld. Deze toeloop van menschen vloeiden alleen voort uit belangstelling om te vernemen welke begraafplaats het lijk zoude opnemen.