Tekst: Frans Werners pr. DERTIG JAAR PASTOOR; foto: RHCe    Editie: 2010-01
Hoe Strijp klokken kreeg
Iedereen gooide zijn giften op het dorszeil
Het is net of we hier allemaal in de eeuwigheid zijn, van uur of tijd weten we geen toeten of blazen

Hoe is het toch mogelijk geweest dat ruim vijfhonderd jaren geleden Strijp aan zulk een uitgenomen schoon gelui gekomen is? Heel oude Strijpse mensen wisten dat te vertellen ! Die hadden het gehoord van hun grootvaders en die hadden het weer gehoord van hun overgrootvaders en die van hun betovergrootvaders.

Heel die geschiedenis zit zo in elkaar

Ruim vijfhonderd jaar geleden wist in heel de St. Trudo parochie niemand hoe laat het was.'s Zondags kwam er niemand op tijd in de kerk. Of er iemand dood was, of er een paartje trouwde, niemand wist er iets van.

Dat was de pastoor die er toentertijd stond niet naar de zin en hij riep zijn kerkmeesters bij elkaar en zeide: 't is me hier wel een boeltje; iedereen komt te laat in de kerk. Of hier rouw of trouw is weet niemand. Dat lijkt nergens op en 't is hoog tijd dat het hier anders wordt.
Mij dunkt dat we klokken moeten krijgen, dan wordt het hier seffens anders en ik zal de volgende zondag op de preekstoel aan alle mensen daarover 'ns iets vertellen.

Het werd zondag en hij preekte:
Dierbare parochianen, Dat mag zo niet blijven, dat moet in de kortste keren uit zijn en daarom moeten we klokken zien te krijgen. Klokken zijn geen dooie dingen, klokken leven en weten te vertellen of er iemand dood is, of er iemand getrouwd wordt en of er ergens brand is.
En gij mannen, als gij de hele voormiddag aan 't spaaien of aan 't maaien zijt geweest en dan de middagklok hoort luiden, stapt dan naar huis toe, want dan staat de pap en staan de piepers klaar !
Mannen, laat vandaag de knipbeurs dicht, er zit toch zo goed als niks in, maar zorgt dat ze de volgende zondag hartstikke vol zit. Want dan ligt er de hele zondag een groot dorszeil voor de deur van de kerk.
Gij mannen gooit op dat zeil alle koperen ketels en kannen waar ge toch niks mee doet, gooit er op alle tinnen kannen en borden en schotels die ge missen kunt.
Trekt dan uw knipbeurs open en gooit op het zeil alles wat er in zit... eruit!
En gij vrouwmensen gooit op het zeil, al wat ge aan gouden halskettingen en oorbellen die gij thuis in de watten hebt liggen, want dat is toch niks dan ijdelheid !
Mensen als ge dat allemaal doet dan komen er klokken in Strijp! En zondag zal het dorszeil voor de kerkdeur liggen. Amen.

Iedereen had meegebracht al wat hij dragen kon en die 's middags naar het lof kwam gooide er de rest bij, die ze thuis nog hadden gevonden.
Toen de kerkmeesters 's avonds alles bij elkaar schaarden hadden ze twee karvrachten koper en tin, 'n vat vol schillingen en oortjes en nog 'n halve kussensloop vol gouden halskettingen en oorbellen van het vrouwvolk.