Johan Plateijn en Joost van der Linden, Gemeentearchief Strijp 1911 en Gemeentearchief Eindhoven 1920; Foto RHC Eindhoven nr. 2275     1920    Editie: 2010-01
Burgemeester treedt af
In 1920 nam Strijp afscheid van burgemeester
Op 1 januari 1920 nam Strijp afscheid van haar laatste burgemeester.

Vanaf die datum hoorde Strijp bij 'Groot Eindhoven'. De Commissaris der Koningin in de provincie Noordbrabant schreef op 18 augustus 1911 aan de Gemeenteraad van Strijp: 'Ik heb de eer te uwer kennis te brengen, dat bij Koninklijk besluit van 3 augustus 1911 nr. 109 tot Burgemeester uwer gemeente is benoemd de heer Th. C. van Vroonhoven, architect in uwe gemeente.'

Vroonhoven bleef Burgemeester van Strijp tot de annexatie op 1 januari 1920. Op 15 april 1920 schrijft burgemeester Verdijk van Eindhoven aan de secretaris van de voormalige gemeente Strijp om op te geven wat het bedrag is van het wachtgeld dat de burgemeester ingevolge de annexatiewet krijgt uitgekeerd.

Tot 1814 bestaat de functie van burgemeester niet, de bestuurlijke touwtjes zijn in handen van de schout en zijn schepenen. Zo ook in Strijp, wat tot 1920 een zelfstandige gemeente is met een eigen gemeentebestuur.
Vanaf 1814, na het einde van de Franse overheersing, verandert er op bestuurlijk niveau het een en ander. Zo wordt de schout, die onder Napoleon ‘Maire’ heette voortaan burgemeester en gaan de schepenen (Conseil Municipal) voortaan door het leven als Leden van het Plaatselijk Bestuur. Aan de poppetjes veranderde overigens weinig, iedereen bleef gewoon op zijn plaats zitten.

Aan het begin van de negentiende eeuw, en ook ver daarna, was het burgemeesterschap en ook het raadslidschap, meer een erebaantje dan een betrekking waarmee je in je dagelijkse onderhoud kon voorzien. De gewone man zag je dan ook zeker nooit binnen het gemeentebestuur. Ook het stemrecht was overigens voorbehouden aan de gegoeden der gemeenschap, voorgedragen en geselecteerd door het gemeentebestuur.

De eerste burgemeester van Strijp, in de letterlijke zin van het woord, is Peter van der Heijde die fabrikant is en in Eindhoven woont. Peter is burgemeester van 1814 tot 1820 en daarna weer van 1831 tot 1842. In de tussenliggende jaren hangt de ambtsketen om de nek van zijn zoon J.F. van der Heijde. Deze zoon, tevens woonachtig in Eindhoven en werkzaam als notaris zal ook nog raadslid en wethouder worden in Eindhoven en tevens lid worden van de provinciale staten en zitting nemen in de Tweede Kamer.

Op 19 augustus 1825 ziet het college van Strijp er als volgt uit:

burgemeester: J.F. van der Heijden (fabrikant)
assessor (wethouder): Jacobus Egelmeers (landbouwer)
Huibert Lodewijks (landbouwer)
raadslid: Gijsbertus Prinsen (smid)
Martinus van der Sanden (landbouwer)
Hyacinthus Vogels (landbouwer)
Willem van Wigge (landbouwer)

Uit onderzoek in de kadastrale eigendomsgegevens van Strijp uit 1832 blijkt, dat de leden van de gemeenteraad tot de meest vermogende inwoners bewoners behoren, afgemeten aan hun grondbezit.