't Ventje Editie: 2005-05    Editie: 2010-01
Fruit
De verboden tuin van buurman Frits
In de tuinen vond je vroeger naast bloemen ook opvallend veel heerlijke fruitbomen. Bij deze gedachte loopt het water me weer in de mond. Ik heb wat met fruitbomen. Niet dat ik zoveel om tuinieren geef want eerlijk gezegd heb ik daar een hekel aan. Maar aan fruitbomen heb ik veel goede, avontuurlijke, spannende en vooral lekkere herinneringen.

Regelmatig tref je in die tuinen ook van die nare groenten aan. Naar omdat dat voor de jeugd uit die tijd voornamelijk veel en vervelend werk opleverde dat altijd na schooltijd moest gebeuren en waar weinig plezier aan viel te beleven.
Bij fruitbomen is dat precies omgekeerd weinig werk en veel plezier zeker in de tuinen van buren.

Eerst kreeg je in het voorjaar van die bloemen, bloesem noemde ze dat.
"O! O! Wat is dat mooi", zei iedereen. Maar van die mooie heerlijke vruchten kon je nog niets zien. Als je daar naar vroeg kreeg je te horen "dat is een kwestie van geduld, die komen nog wel."

Als de bloesem voorbij is dan komt er werk aan de winkel. Die mooie vlinders die nu nog rups zijn en in nesten leven die op reusachtige spinnenwebben lijken, zorgen voor veel jeuk en uitslag. Ik had er nooit last van want ik wist dat ik niet onder die bomen vol met rupsen moet gaan lopen.
Maar mijn ouders zijn zo hardleers die krijgen altijd jeuk en van die rode uitslag.
En dan komt het oneerlijke. Omdat zij last hebben van jeuk en uitslag moet ik na schooltijd weer aan het werk.

Eerst een steel zoeken. Dan een conservenblik. Vervolgens het blik aan die steel vastmaken en dan komt het gedoe. In het conservenblik moeten oude lappen wat petroleum er over en dan de hens erin. Met die brandende steel ga ik dan al die spinnenwebben in werkelijkheid de rupsennesten uit de bomen wegbranden. Als de rupsen weg zijn is ook de jeuk en de uitslag verdwenen.

En dan op een gewone dag zie je plotseling van die lieve kleine vruchten.
Oh, wat is dat mooi. Maar tegelijkertijd komt nu ook de tijd van gemene valkuilen. Als je op een dag even wat ongeduldig wordt en je neemt een heerlijk hapje van zo'n prachtig glimmend groen appeltje dan smaakt dat heerlijk zuur. Maar dan komt het:'s avonds krijg je van die vreselijke buikpijn waar je nooit aan went en waar je niet van kan slapen. En alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg ik meestal ook nog een preek van mijn moeder en dikwijls zelfs straf van mijn vader omdat ik van die heerlijke appeltjes had gesnoept.

Als het fruit echt rijp wordt, dat is de mooiste tijd. Daar kan ik 's nachts gewoon van wakker liggen. Ook in deze tijd moet je weer oppassen voor van die nare valkuilen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de wormen. Stel je nu eens voor je hebt een schitterend appeltje in je hand waar niets aan te zien is.
Hier is dus helemaal niets mis mee denk je dan. Na twee of drie heerlijke happen kijk je naar het restant van appeltje in je hand en dan zie je gaatjes. Bij hoge uitzondering kun je de worm nog vinden in het restant van het appeltje. Maar meestal zit hij in de andere helft en dan kun je er donder op zeggen dat je die rakker niet meer terug kunt vinden.

In deze tijd ga je ook keuren en bezoekjes afleggen bij de buren want je wil toch graag weten wie het lekkerste fruit heeft.
Alleen zijn de buren in die tijd niet zo gastvrij en moet je goed opletten wanneer je op bezoek gaat en dikwijls ga je dan ook heel snel weer weg zonder gezien te worden.
Soms krijg ik zoveel appels, peren of kersen mee dat ik op school kan uitdelen.

Vooral de tuin van "buurman Frits" was mijn favoriet.
Je moest er wel even voor fietsen en heel goed uit je ogen kijken tijdens het innen maar dan had je ook fruit. "Buurman Frits" was een echte liefhebber van fruit.
Hij heeft in zijn tuin een tuin gemaakt apart voor het fruit.

Heel Strijp noemt die tuin "de fruittuin" en vrienden van het werk van meneer Frits die helpen hem en doen al het werk voor hem. Nou dat was bij ons wel anders. Daar moest ik al het werk doen, niks vrienden. Alleen als er uitgedeeld werd dan waren er vrienden.

Bij het innen van het fruit merkte je dat meneer Frits aan de Strijpse jeugd heeft gedacht. Want in zijn tuin hoefde je niet in bomen te klimmen. Nee je kon snel de appels op ooghoogte plukken en de peren zo in de hand nemen.

Alleen aan een ding daar had die aardige buurman niet goed over nagedacht.
Dat was dat hek! Waarom moest er om die tuin in zijn tuin nu zo'n groot klerehek geplaatst worden.
Dat heeft mij meestal op het einde van de bezoekjes heel wat broeken en shirtjes gekost. Dat was nog niet zo erg maar mijn benen en achterste zaten dikwijls onder de krassen.
Voor een kind is het heel lastig om telkens thuis weer met een goed verhaal aan te komen. Dat kun je niet verzinnen dat gaat zelfs de fantasie van een kind te boven.
De gevolgen laten zich eenvoudig raden, geen goed verhaal, flink straf en even stevig op de tandjes bijten.
Hé, hé daar zal ik dus nooit aan wennen en als ik later zelf kinderen heb dan zal ik dat heel anders oplossen, bijvoorbeeld met praten. Een goed gesprek doet wonderen.

Aan het plukken heb ik ook minder prettige herinneringen. Het klimmen in die bomen en het zware werk deed een aanslag op mijn conditie en op school moest ik dan dikwijls uitrusten en bijslapen. Dat leverde weer veel onbegrip en onnodig zinloos strafwerk op.

Na de pluk mocht ik natuurlijk ook meehelpen met het schillen van de appels en de peren, het schoonmaken van de weckpotten, deksels, elastieken en het koken. Na het afkoelen mocht ik ook de tot vervelends toe getelde potten appelmoes in de kelder zetten.

De rest van de appeltjes mochten ook naar de zolder gebracht worden om te drogen of te bewaren. De hele winter konden wij van die heerlijke, smakelijke bruine verschrompelde frutjes eten. Zo kregen wij 's winters onze vitamientjes wel binnen. Maar als ik het eerlijk mag zeggen: Er gaat toch niets boven zo'n haastig zelf van de boom geplukt schitterend vers appeltje! Daar zitten pas vitamientjes in!