Eindhovens Dagblad 12/6/1982 Editie: 2007-01    Editie: 2010-01
Brabantia: zestig jaar Strijpse eensgezindheid
( van onze sportredactie )
EINDHOVEN – In deze tijden waarin de ene voetbalclub na de andere een heugelijk aantal jaren bestaat en dat uitbundig viert, is het wel eens goed het bijbehorende jubileumboek te starten met een voor de hand liggende vraag, zoals Brabantia dat heeft gedaan. Het jubileumboek van “vv Brabantia 60 jaar” begint het overzicht van de geschiedenis namelijk als volgt: “Het feit, dat we dit jaar het diamanten feest vieren, plus een eenvoudige rekensom leren ons, dat we terug moeten naar het jaar 1922.
Ja, hoe wordt een voetbalclub eigenlijk opgericht?”

Inderdaad, hoe deed men dat? Zó, leert het fraaie boekwerk; “Op een zondag in maart komen een stelletje knapen in de huiskamer van de familie Geven aan de Schouwbroekseweg bij elkaar, lappen de man een gulden en besluiten tot de oprichting van Olympia, want dat klonk wel aardig.” Een historische daad van Gerrit Geven, Harrie Verbeek, Kareltje de Wouw, Tinus van Hout, Marinus Boogers en Bram Veneman – want Olympia werd later de roemruchte katholieke voetbalvereniging Brabantia.
Wie trouwens op die naam gekomen is, is onbekend. De club moest namelijk, bij de intrede in de Brabantse voetbalbond in 1924, de naam Olympia wijzigen omdat er al zo een bestond (wat men wel had kunnen zien aankomen).
“Brabantia” werd het dus, en de club ging aan de slag op een veld van Boer Donkers aan de Apeldoornstraat. En goed ook, want na een jaar mochten Bram Veneman en zijn discipelen zich al eersteklasser noemen. Helaas, moeilijke tijden bleven ook niet uit. Het zich uitbreidende Philipsconcern slokte het veldje van Donkers op en Brabantia zat zonder speelterrein.

Aanvaardbaar

Rood – blauw hing echter de kicksen niet zo maar aan de wilgen. De vriendenclub sloot de rijen en ging op zoek naar een ander veld. In 1930 werd iets nét aanvaardbaars gevonden aan de Kootwijkstraat. De Strijpse club trok opnieuw ferm van leer. Binnen twee jaar werd de eerste klasse RKF bereikt. En dat er geen reden was voor de Nederlandsche Voetbalbond om minachtend neer te zien op die “Roomsen“, bleek toen Brabantia eens vriendschappelijk speelde tegen EVV en die pot met 5 – 1 won.

De grootste voetbaljaren die Brabantia ooit heeft beleefd, vielen tussen 1936 en 1938. In 1936 werd met veel feestelijk vertoon het nieuwe sportpark aan de Botenlaan geopend. Dat volgde op het eerste landskampioenschap (IVCB) van Brabantia. Groot feest in Strijp; Burgemeester Verdijk ontving de helden (Trinus, van Hoof, A en M van Osch, van Deursen, van Dooren ,Lukken, Stoker en Veneman ) op het stadhuis en overhandigde hen de lauwerkrans.
Brabantia haalde hetzelfde kunststuk uit in 1937 en struikelde 1938 pas in de slotronden over Volendam. Alles bij elkaar is het elftal van die dagen het beste geweest, dat de Strijpse club ooit op de been heeft gehad.

Opleving

Het werd daarna minder. In de oorlogsjaren werd slechts een noodcompititie gespeeld en vanaf 1945-46 weer in een echte. Maar op 1 oktober ’46 raakte Brabantia het veld kwijt en moesten thuiswedstrijden gespeeld worden op de terreinen van PSV en Rits. Door de inzet van W. van der Grinten die de stichting Brabantia in het leven riep, werden de moeilijkheden overwonnen. Het eerste elftal leefde al weer wat op, al waren er links en rechts wel wat problemen met de handelwijze van PSV. Dat plukte nog al wat van de spelers weg: Op 9 oktober 1949 was in de Volkskrant te lezen: ‘De plaatselijke wedstrijd PSV – Brabantia is een familieaangelegenheid geweest. Doelman Jan Wouters van Brabantia is een broer van PSV’s midhalf Toon Wouters, Brabantia’s linkshalf Marinus van Elderen een broer van PSV’s linksbuiten Harrie van Elderen, Brabantia’s midvoor Jan Trines een halfbroer van Harrie Trines die vorig jaar zijn loopbaan bij PSV afsloot. PSV’s rechtsbinnen Miel de Hooghe familie van Frans Louis en Roel die jarenlang bij Brabantia gezeten hebben, en van Thijs die via Brabantia bij PSV gekomen is…” Niet meer denkbaar in deze tijd, waar PSV de talenten niet wegplukt uit Strijp, maar uit Korea en Noorwegen ect. 1955 is een belangrijk jaar geweest voor Brabantia. Het Betaald voetbal kwam van de grond, en Brabantia stapte er aanvankelijk onbekommerd in. Maar reeds een paar maanden later kwam de KNVB met een paar potige financiële eisen, die van Brabantia, zou zij er aan voldoen, een elftal zouden maken en geen club meer. Want geld voor een betaald team was er wel, maar dan zouden alle andere elftallen, inclusief jeugd, moeten worden afgestoten. Als eerste vereniging in Nederland maakte voorzitter Paul van Loenhout bekend dat Brabantia vrijwillig terugkeerde naar de amateurs. Een moeilijk besluit maar een verstandig ook. Dat blijkt alleen al uit de profetische woorden van secretaris Schaffels in 1955: “Zoals het zich op dit moment laat aanzien, zullen er in de eerstkomende jaren wel meer slachtoffers vallen, die nu menen, dat zij het wel in de afdeling betaald voetbal zullen redden…” dat zijn vooruitziende woorden geweest.


Degraderen

Sportief gezien ging het Brabantia minder voor de wind nu er niet meer landelijk werd gespeeld. In 1966 moest de club zelfs degraderen, voor het eerst in haar geschiedenis. In 1968 werd de eerste klasse wel weer bereikt, maar in 1970 en 1975 volgde weer degradaties die van Brabantia een derdeklasser maakten. “Brabantia ging de weg, die praktisch alle stadsclubs uiteindelijk gaan in de vaak ongelijke strijd met verenigingen uit nog eensgezinde dorpsgemeenschappen, waar nog alles mogelijk is,” constateert het jubileumboek gelaten. Om er echter opgewekt aan toe te voegen: “Maar op het reilen en zeilen zelf had dat gelukkig weinig invloed.”
Dat klopt overigens wel. Alsof het niets was stampte de club door zelfwerkzaamheid een prachtige kantine uit de grond aan de Rijstenweg (want hoe gezellig dat karakteristieke gebouwtje aan de Botenlaan, waar nu RCE/PSV huist, ook was: het was echt versleten). De damesvoetbal afdeling was de eerste van Eindhoven (inmiddels in de hoogste klasse) en de zaalvoetbalafdeling floreerde navenant. Een en ander leidde tot een (niet altijd even soepel verlopen) bestuurlijke herindeling, met verschillende takken, omdat de vereniging te groot werd om één bestuur te kunnen laten regelen. Zo is “het Clubke uit het gengske bij de school” naar de diamanten status gegroeid. Even nostalgisch achterom kijken naar wat geweest is in zestig jaar. Maar niet te lang… Er is werk aan de winkel in de toekomst. Geen nood - Brabantia kan het allemaal aan.”