Francien Vlijmincx Editie: 2007-02    Editie: 2010-01
Het 'jaren 50' gevoel
De liedjes, die mijn ouders uit volle borst meezongen
In maart (‘07) was er op radio 5 voor het eerst een hele week muziek uit de jaren 50.
Deze week werd afgesloten met de top 100 van de beste platen uit die tijd.
Nu ben ik geboren begin 1951, maar wat die muziek los maakte………….
zoveel herinneringen.
Allereerst de Nederlandstalige liedjes, die mijn ouders uit volle borst meezongen en die wij zodoende ook leerden. Over de reebruine ogen, die de jager aankeken en de diligence, die in galop reed. Ook stonden wij “Op wacht”, zonder hemd, zonder broek en dachten aan jou, lieveling, lekker ding. Och je wist niet beter of het hoorde bij de tekst.
Bij Jo Staffort kreeg ik tranen in mijn ogen, omdat ze de telefoon op moest hangen van de telefoniste. En je had nog meer van die liedjes, waar je je ogen niet droog bij kon houden: ” Mammie geef mij een speelbal”…..”Achter in het stille klooster” …… ”Een boeketje witte rozen”….enz. Wat hebben we gesnotterd!!
Later kwam de rock en roll. En als zeer jeugdige, stond je (op gepaste afstand) te kijken en te luisteren naar de “grote jongens” in de Bergen op Zoomstraat, die met hun gitaren en zang, de hele buurt vermaakten met hun “Be ba Beloe Ba……she’s my babe”…..en.…..”Toedie Froedie Ouwe Loedie” !!
Van de oudere nichtjes van de Zeelsterstraat, leerden we naar Radio Luxemburg te luisteren, waar iedere zondag de top 5 (of top 10??) te beluisteren was. Ik weet nog van ’n zondag dat Toos Fransman (wie kent haar niet?) een prijs had gewonnen op deze radio. Je voelde jezelf berentrots, omdat je haar kende!!! En volgens mij is Toos sinds deze tijd een hele grote, misschien wel de grootste fan, van Cliff Richard.
Door deze piratenzender kon je alle liedjes van Fats Domino meezingen in goed strijps engels. ( am wakking, jes in diet am wakking)……..
Trouwens Toos is niet de enige, die al zolang fan van een zanger is.
Ik was meteen weg van de stem van Harry Belafonte en dat is nooit overgegaan.
Freddy Quinn, was ook een favoriet. Van hem had ik een levensgrote poster naast mijn bed hangen. Mijn nichtje, die even oud was als ik, had zo’n poster van Connie Froboess.
Tja, wat muziek los maakt, is onbeschrijflijk.
De strakke weekindeling van mijn moeder kwam ook weer even bovendrijven.
Zondagavond: witte was koken in grote ketel, op een losse brander (erg groot in mijn kinderogen) en inpakken in kranten en oude jas, zodat de was warm bleef tot de volgende ochtend, zodat hij gewassen kon worden.
Maandag: Wassen: ik herinner me het wasbord nog, maar meer nog de langzaam draaiende wasmachine met wringer. En dan alle teilen met spoelwater……..
Het wassen en bleken, niet te vergeten, nam bijna een hele maandag in beslag.
Het ophangen aan meterslange waslijn vond ik wel leuk. Het rook altijd zo lekker, dat wasgoed. En in de winter het bevroren wasgoed afhalen, moest héél voorzichtig gebeuren, anders brak je het, volgens mijn moeder.
Dinsdag: Strijken. Lakens, slopen en theedoeken moest je eerst invochten. Dat deed je met wat water in je hand, waarmee je dan snel heen en weer ging, boven het wasgoed.
Woensdag: De slaapkamers kregen een poetsbeurt.
Donderdag: De huiskamer was aan de beurt.
Vrijdag: De keuken. Dat was wel weer leuk. In de vakanties mocht ik de granieten aanrecht schuren. Heerlijk!!!
Zaterdag: Boodschappendoen.
Zondag: Naar de kerk, “zondags” eten koken, wandelen, op visite en ……………..
radio luisteren, zodat we weer lekker konden meezingen.