Mijn jeugdherinneringen. Door Jan Toirkens. foto Toen ons Opoe nog ¬ín Durske waar door Frans Smeets Editie: 2009-03    Editie: 2010-01
Over boeren
Wie herinnert zich nog de vele boerderijen in Strijp
Je had in die dagen vele ' boeren'.. het scheen of alles en iedereen ook iets van een boer was. Vanzelf waren er in het begin van de 20e eeuw velen direkt afkomstig uit dat milieu. Ik herinner me dat nogal wat burgermensen niet alleen kippen hielden, maar vaak een eigen varken in de achtertuin in een of andere onnozele kooi hadden zitten, aangevuld met wat konijnen.
Het was heel gewoon dat Pa bij Philips werkte, maar na afloop zijn eigen kleine boerderijtje er op nahield, een tuin met wat groentes was wel het minste. Maar inderdaad nogal wat mensen hadden plek voor een heus varken. Zoals bij mij thuis ook.

Tja en natuurlijk werd dat geslacht en dat gebeurde dus ook thuis, gewoon op de 'plats'... , ik zie het nog gebeuren bij mij thuis achter op de binnenplaats. Volgens mij was het gillen van dat varken tot achter de Hastelweg te horen toen. Misschien daarom ook dat zoveel mensen werden betiteld als boer, omdat ze het half en half zelf nog steeds waren.

Zo was er in Strijp heel vroeger, voor de tweede wereldoorlog een boer die met eieren langs de deur liep ( van Erp ). Zijn bijnaam was 'Tieteier', dat was zo'n beetje de kreet waarmee hij langs de deuren zeulde om zijn eieren aan de man te brengen in een grote mand.
Hijzelf gebruikte de kreet " Verse Kiepeier" maar de kinderen hadden daar al gauw " Verse Tieteier" van gemaakt, dat klonk ze wat vermakelijker in de oren denk ik. Tja zo iemand heette dan dus de eierboer, hem gewoon met zijn naam Bert=Hubertus) van Erp aanspraken zou teveel van het goede zijn geweest, zijn familienaam voluit zonder horten of stoten uitspreken moet wel haast een dagelijkse zonde zijn geweest.

De meeste mensen van wat toen de gewone man heette, hadden eerder een bijnaam dan een eigen naam. Iemand die petroleum verkocht heette dan de petroleumboer. Behalve als een vrouw petroleum verkocht, dan heette die het Petroliumwijfke of ook wel het "Bron-olliewefke".
Immers het spul dat ze verkocht heette 'bronollie' en zeker NOOIT gewoon petroleum. Een grote ton op een handkar dat was alles wat je nodig had en natuurlijk petroleum in die ton. Naar analogie van olieboeren waren er dus ook zandboeren, ijscoboeren, melkboeren, kaasboeren of liever nog kaasboerinnen, je had kolenboeren, schillenboeren, groenteboeren, aardappelboeren, kippenboeren, konijnenboeren, schapenboeren, verder weg was er zelfs een pindaboer, visboeren waren er dus ook en wat exclusiever misschien, maar ja er was zelfs een palingboer, alhoewel niet in de Schootsestraat zelf.

Ik geloof dat ik ergens ooit nog een textielboer heb horen vermelden, maar zeker weten was er een asfaltkoning, een verbeterde versie van dat boeren. Die verkocht rubberoid, wat toen ook dakleer heette. Wijzelf met onze haarden en kachels zullen wel de kachelboeren zijn geweest, tenminste wat ik van andere familie van me heb gehoord, dat waren ook kachelboeren.

Natuurlijk was er toen ook al een fritesboer, das ongeveer de enige die het qua naam nog heeft overleefd, misschien dat ie in de toekomst 'fish and chips' gaat heten. Maar velen van ons weten dat er nog altijd fritesboeren zijn, alhoewel McDonalds de meeste zaken van die fritesboeren overgenomen schijnt te hebben.

Jan Toirkens