Eindhovens Dagblad; Foto RHCe     22/10/1923    Editie: 2010-01
Noodlottige fabrieksbrand
De brandweercommandant onder de puinhopen bedolven en gedood.
Een brandweerman ernstig gewond.

Een droevig ongeluk trof gisteren onze stad: aan een felle fabrieksbrand viel een man ten offer, die de sympathie wegdroeg van de gansche stad en over wiens zoo noodlottige en zoo droevig heengaan men dan ook vol is met innige deelneming met de echtgenoote en de kinderen, die hij nalaat.

De heer Camiel van der Harten viel als slachtoffer van zijn plicht en zoo ooit dan zal toch zeker de Eindhovense Brandweer alle sympathie en waardering genieten:
Thans beseft men pas ten volle, welk een gevaarvolle en opofferende taak de brandweer heeft, een werk dat tot nu toe niet genoeg waardering ondervond.
Helaas kost het vaak offers om eenieder ten volle te overtuigen van het onschatbare nut eener zaak. Zoo ook hier. Doch dat offer is toch te duur. Want ook zonder dat kon men weten dat de Eindhovensche brandweer onder de bekwame en energieke leiding van den heer C v.d. Harten er wezen mocht en alle waardering verdiende.

Komen we thans tot het tragisch en droevig gebeuren.

Gisternacht omstreeks drie uur werd de Eindhovensche brandweer gealarmeerd voor een brand in de sigarenfabriek van de firma Smulders en CO aan de Strijpsestraat 80.
Den buurman had den brand opgemerkt en den eigenaar gewaarschuwd, die natuurlijk niet weinig verschrok, toen hij daar de vlammenzee zag. Reeds omstreeks half drie had den buurman geknetter gehoord doch hij meende dat het den regen was tegen den glasruiten: toen het geknetter steeds aanhield en het geluid sterker werd keek hij eens naar buiten en toen zag hij tot zijn verbazing geen regen,
buitengekomen bemerkte hij vrij spoedig, wat er gaande was.

Hij waarschuwde in allerijl de eigenaar van de fabriek om daarna de brandweer te laten alarmeren. Direct klonk het den heele buurt rond: “brand, brand" en in minder dan geen tijd liepen van alle kanten buurlieden samen. Middelerwijl stond de sigarenfabriek reeds in lichterlaaie en laaide de vlammen hoog boven de daken uit, met haar vurige tongen de heele omgeving bedreigend. Edoch gelukkig stond de wind in tegenovergestelde richting als waar een lange rij woningen en een boerderij met een strooien dak gelegen zijn zoodat er in dit opzicht geen gevaar te duchten viel.

Toen den brandweer met den motorspuit onder leiding van den heer C. v.d. Harten ter plaatse verscheen had de brand reeds een zoo geweldige omvang aangenomen dat aan bluschen schier niet te denken viel.

Middelerwijl zetten eenige spuitgasten een groote ladder tegen den muur om naar de eerste verdieping te klimmen en daar enige boeken en waardevolle papieren in veiligheid te brengen. Dat was een gevaarlijk werkje te midden van die alles vernielende vlammenmassa, doch onverschrokken toog men aan het werk en reeds had men verschillende boeken en bescheiden van waarde in veiligheid gebracht toen de muren begonnen te wankelen.

De commandant de heer C. v.d. Harten het gevaar ziende, waarschuwde de manschappen: hij stond op de binnenplaats welke omheind is door een schutting en niet zoo gauw heeft hij de woorden: “Pas op die muur staat zwak “ uitgesproken of daar breekt een groot stuk van den voorgevel, ter grootte van wel 9 M2, af stort met donderend geraas naar beneden. Men hoorde eensklaps een gegil en gehuil en het was geschied. Die muur was neergekomen op het hoofd van de commandant, die eronder bedolven werd. Blijkbaar heeft hij zich nog uit de voeten willen maken, doch in de duisternis vormde daarbij de schutting een belemmering.

Toen men hem onder de puinhopen vandaan haalde was hij bijna niet meer te herkenen in zo een deerniswekkende toestand verkeerde hij. Hij werd een nabijgelegen huis binnengedragen en daar bleek, dat zijn hoofd ineengedrongen was en hij schedelbreuk bekomen had, terwijl zijn benen op verschillende plaatsen gebroken waren. In allerijl werd geestelijke en geneeskundige hulp ingeroepen. Een kapelaan van de oude parochie te Strijp kon nog het H. Oliesel toedienen, doch toen dr. Schroder even later ter plaatse verscheen, kon deze slechts den dood constateren.

Het lijk werd per politie-brancard naar het ziekenhuis te Eindhoven overgebracht. De Burgemeester en de kapelaan brachten de diep treurige tijding nog dienzelfden nacht aan de echtgenoote van de overleden over.

Helaas waren er nog meer slachtoffers gevallen, doch gelukkig niet doodelijk.
De heer Jansen, brandmeester, tevens gemeenteopzichter had ook steenen op het hoofd en een der benen gekregen. Hij was in de eerste oogenblikken nagenoeg bewusteloos. Bij onderzoek bleek hij eenige grote builen te hebben, welke langzamerhand met compressen werden weggewerkt.

We spraken den heer Jansen gisteravond doch hij zeide ons absoluut niets te kunnen vertellen hoe zich het ongeluk had voorgedragen. Doch blijkbaar op een of andere wijze, had hij de commandant wel zien staan en ook had hij gemerkt dat iemand op de ladder stond: dat moet de brandweerman J.van Hout zijn geweest. Hij hoorde opeens een gegil en gehuil en het was gebeurd. Wat er verder gebeurd is kon hij zich niet meer herinneren. "Alles ging immers zo vlug en zo onverwacht."
De burgemeester, de Hr. A. Verdijk die een eind verder stond had hem ook gezegd dat het zo razend snel en schielijk was gebeurd, dat hij naderhand eigenlijk pas bemerkte wat er was geschied.

De brandweerman J.van Hout, 27 jaar en wonend in de Tuinstraat te Stratum, die op een ladder stond is daaraf geslagen; blijkbaar door die steenmassa; hij werd beneden door enkele spuitgasten opgevangen. Niettemin bekwam hij ontvellingen aan de kin, aan de benen en aan de handen, terwijl vermoedelijk een paar ribben gebroken zijn, aan de beenen moet hij ook brandwonden bekomen hebben vermoedelijk is hij in aanraking gekomen met gloeiende steenen. In zorgwekkende toestand werd hij opgenomen en per brancard naar het ziekenhuis overgebracht.

Gisteravond bleek zijn toestand naar men ons bij informatie ter gasthuize meedeelde bevredigend, er bestond althans geen gevaar voor zijn leven, zoo er tenminste geen complicaties meer voordoen.

Verschillende andere spuitgasten zijn wonder boven wonder aan de dood ontsnapt; ook de politieagenten die aan de Bluschwerkzaamheden ijverig deelnamen.
Zoo was n.l. de dienstdoende hoofdagent Hurkmans precies onder de neerstortende muur doorgegaan, hij kreeg nog een stuk kalk tegen zijn hals, doch werd niet verwond.

Begrijpelijk verwekte dit vreeselijk ongeval een niet geringe consternatie onder de aanwezigen en vooral bij de spuitgasten bij wie de commandant zeer gezien is en zeer hoog geacht wordt.

Bij de brand waren o.m. aanwezig: de burgemeester, de heer A. Verdijk,
de commissaris van politie, de Commandant der Maréchaussee met enige manschappen, benevens de inspecteur der recherche de heer v. d. Laan.

Nader vernemen we, dat wijlen de heer C. v. d.Harten, president was van den Ned. Brouwersbond, secretaris van de Raad van Arbeid, directeur van de N.V. Nederl. Invertsuikerfabriek. Hij is 42 jaar oud en gehuwd, hij laat een echtgenoote met twee kinderen na. De heer v.d. Harten was ook onder-voorzitter van de Ned. Brandweervereniging: hij was zeer gezien en hooggeacht. Met hem is dan ook een zeer verdienstelijk en sympathiek man heengegaan.