Don Kalb en Jack Burgers, Lampenproletariaat, in: Intermediair 21 (24 mei 1991); Foto Fotopersbureau Het Zuiden, RHC Eindhoven nr. 2474     1930    Editie: 2010-01
Niet elk gezin welkom
Niet elk groot gezin met meerdere dochters kreeg een kans bij Philips.


Zij werden aan psychologische tests onderworpen. Alleen voor families waarvan kon worden aangenomen dat ze het onbekende arbeidsklimaat van de massafabricage zouden accepteren, organiseerde Philips de verhuizing naar Eindhoven. De families hadden meestal een recent agrarisch verleden en ze waren kleinburgerlijk.

Ze behoorden in ieder geval niet tot de allerarmste op het platteland. Nooit ofte nimmer hadden ze een verleden als trekarbeider gehad. Het waren mensen die het huisje met tuin apprecieerde als teken van respectabiliteit. En ze waren bovendien blij dat de hele familie bij elkaar kon blijven.

De hectische arbeid in de fabriek lieten ze over aan de dochters en zonen. De vaders kregen veelal werk als portier, liftrijder, interne postbezorger, of in andere baantjes met wat meer vrijheid, rust en soms status. Vergeleken met het alternatief van agrarische verpaupering en ontbinding van gezinnen had men het ronduit goed getroffen. En alle gezinnen uit Drente zeggen nu nog: "We deden het voor de kinderen".
Voor hen was nu industriƫle arbeid voorhanden in een context waarin tegelijkertijd een aantal centrale waarden van de ouders overeind bleven. Dat was het geheim van de deal die Anton Philips met zijn arbeiders sloot.