Uit: 'Strijp rook naar Philips', door Cas van Houtert    Editie: 2010-01
De geur van Strijp
Als het windstil was, dan rook Strijp naar Philips
Als het windstil was, en dat was het vaak in mijn jeugd, dan rook Strijp naar Philips.

"Da's Philite", zei onze buurman, en snoof met welbehagen zijn longen vol. Hij werkte bij Philips.

De buurman aan de andere kant werkte trouwens ook bij Philips. Hadden wij niet tegenover de kerk gewoond, dan waren ook de overburen Philipsmensen geweest. Net als bijna alle anderen in de straat.

Het was een vreemde zoete geur met een randje van chemie, niet lekker maar ook niet echt smerig. De geur steeg op uit de lange rij asgrauwe fabrieken die Strijp op volstrekt bevredigende wijze van Woensel scheidde. Een onafzienbare rij mastodonten langs het spoor. Ergens in het midden stond Philite. Daar maakten ze, zei de buurman, een door Philips ontwikkelde kunststof voor de hypermoderne radiokasten uit de jaren vijftig. Van het afval, zei hij, maken ze wc-brillen. Als ik lieg, dan lieg ik in commissie.

Philite, het veem, de glasfabriek, het natlab, de machinefabriek en de meer dan tien etages hoge bedrijfsschool, het lag allemaal in Strijp. Philips was van Strijp. En Strijp was van Philips. Door een pijnlijk misverstand zijn velen in de wereld gaan geloven dat Philips van Eindhoven was (of -zo men wil- Eindhoven van Philips).

Fout dus. Het was Strijp dat in de vaart der volkeren werd opgestoten, en het was Eindhoven dat op de pakkendrager mee mocht.